(gew.), (in Belg.)
maandag 15 juli 2024
Klimaatslagers
We vlogen over de Noordzee. Dikke plukken wolken gaven doorkijkjes naar een
blauwe hemel die niets anders was dan een weerspiegeling waarin schepen dreven.
Die waren niet groter dan rijstkorrels en net zo wit. Nieuwe wolkenvelden
onttrokken algauw de schepen aan het zicht en wat overbleef was de illusie van
een strak blauwe, lege lucht.
En toen zweefden er kruisjes in het ijle. Soldatenkruisjes zoals men in de Westhoek ziet, maar niet strak in het gelid. Ze leken met onzichtbare draden op verschillende hoogtes opgehangen als in een
schilderij van Margritte.
Ik moest een paar keer met mijn ogen knipperen voordat
de betovering brak en ik de dingen weer zag zoals ze waren: geen kruisen maar
windmolens, geen hemel maar zee. Van dichtbij zijn windmolens lelijk, maar die
minuscule kruisjes in dat diepe blauw waren mooi. Ik dacht echter aan
drieteenmeeuwen, jan-van-genten, kraanvogels, aan rotganzen en spreeuwen op
vogeltrek, en in één moeite door ook aan tonnen en tonnen kleine insekten die
tegen de wieken te pletter slaan als vliegen tegen een autoruit op een zomerse
dag.
Ja, het zijn net kruisjes, die gehaktmolens van de klimaatslagers. Een
oorlogskerkhof van gesneuvelden voor de goede zaak.
dinsdag 18 april 2023
Wel wel wel...
En kijk, tot mijn verrassing bestaat mijn blogje nog. Daar kwam ik vanavond geheel toevallig achter. Zou ik nog lezers hebben? Hallo-oo, is daar iemand?
maandag 20 december 2010
Deze winter is er een van 'lang, lang geleden, toen de dieren nog spraken', met dikke pakken sneeuw en krakende vorst. Prachtig vinden we dat in oude, ietwat melige verhalen die zich afspelen in een wereld zonder strooizout, platte accu's en ochtendlijke files. En op kerstkaarten, daar ook. Verder is de sneeuw alleen maar lastig. Tenminste, dat begrijp ik uit de blikken vol afschuw die me ten deel vallen als ik mijn verrukking durf uit te spreken over al die schoonheid die ons zomaar gratis ten deel valt en die, alle verhoudingen in acht genomen, ook al te snel weer zal verdwijnen.
Of ik dan niet weet wat voor ellende die sneeuw allemaal veroorzaakt?!?
Jawel, jawel. Uit piëteit met de slachtoffers demp ik mijn 'ooh's!' en 'aaah's!'. Maar ik kan het niet helpen. Ik blijf het prachtig vinden, prachtig, prachtig, prachtig. Diep in mijn hart wilde ik wel dat de dooi nooit kwam.
Was ik maar in een oud en melig boek geboren.
Of ik dan niet weet wat voor ellende die sneeuw allemaal veroorzaakt?!?
Jawel, jawel. Uit piëteit met de slachtoffers demp ik mijn 'ooh's!' en 'aaah's!'. Maar ik kan het niet helpen. Ik blijf het prachtig vinden, prachtig, prachtig, prachtig. Diep in mijn hart wilde ik wel dat de dooi nooit kwam.
Was ik maar in een oud en melig boek geboren.
zondag 19 december 2010
dinsdag 5 oktober 2010
herfst
Oktober, en niet september, luidt het najaar in. Met zijn klank van okerrood en okkernoten geeft hij een bronzen timbre aan de dag. Toevallig schijnt de zon. De associatie met goud en barnsteen is snel gemaakt. Ik hou van de herfst, tenminste van de droge dagen. September gloeit nog na van de zomer, zonder de verlammende hitte ervan. Het is frisjes 's morgens. Tijd voor ribfluweel en halfhoge laarsjes. Zelden is het licht zo helder, de hemel zo schoolschortenblauw.
In de herfst regent het natuurlijk ook en het blad valt en rot, maar die dagen vergeten we graag, evenals het spinrag dat, dik van mist, als spankabels tussen de bomen hangt. Liever denk ik aan de zilverdraadjes die gisteren op de warme zuiderwind boven de parkvijver dreven. De zon had er aardigheid in ze te doen glinsteren als engelenhaar.
Het is waar, we drijven naar december. In de tuin- en hobbywinkel liggen de kerstballen al klaar.
Eerst nog kastanjes rapen.
In de herfst regent het natuurlijk ook en het blad valt en rot, maar die dagen vergeten we graag, evenals het spinrag dat, dik van mist, als spankabels tussen de bomen hangt. Liever denk ik aan de zilverdraadjes die gisteren op de warme zuiderwind boven de parkvijver dreven. De zon had er aardigheid in ze te doen glinsteren als engelenhaar.
Het is waar, we drijven naar december. In de tuin- en hobbywinkel liggen de kerstballen al klaar.
Eerst nog kastanjes rapen.
donderdag 30 september 2010
avondmens
Ik ben een avondmens. Dat staat vast. Ik ben een avondmens van 1 tot 6 met uitzondering van 4, maar dat laatste is slechts een kwestie van tijd. 1: tussen 18.00 en 24.00 word ik pas goed wakker. De ochtendstond daarentegen geeft een vieze smaak in de mond, die pas verdwijnt na koffie en tandenpoetsen 2: De bezigheden van de avond (lezen, filmpje kijken, babbeltje met glaasje wijn, schrijven, haardvuur aan of 's zomers de zon zien ondergaan) lokken mij veel meer dan die op klaarlichte dag, zijnde: rennen en vliegen. 3: heerlijk toch? 4: daar hebben we het later nog wel over 5: Ha! Raad eens waar ik woon en waar ik naar kijk terwijl ik dit schrijf? 6:Vastenavond! Kerstavond! Oudejaarsavond!
Er ontbreekt nog een 7: de avond als derde seizoen in het jaar. Als de lente de jeugd is, de zomer de volwassenheid en de winter de dood, de jeugd de ochtend, de volwassenheid de middag, de dood de nacht, de ochtend het oosten, de middag het zuiden, de nacht het noorden, dan is de avond naar analogie niet alleen de rijpere leeftijd en het westen, maar ook de herfst: het trivium van de zevende, de achtste en de negende maand. Laat ik nu net op de vooravond van dàt westen geboren zijn!
Er ontbreekt nog een 7: de avond als derde seizoen in het jaar. Als de lente de jeugd is, de zomer de volwassenheid en de winter de dood, de jeugd de ochtend, de volwassenheid de middag, de dood de nacht, de ochtend het oosten, de middag het zuiden, de nacht het noorden, dan is de avond naar analogie niet alleen de rijpere leeftijd en het westen, maar ook de herfst: het trivium van de zevende, de achtste en de negende maand. Laat ik nu net op de vooravond van dàt westen geboren zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)
