Ik ben een avondmens. Dat staat vast. Ik ben een avondmens van 1 tot 6 met uitzondering van 4, maar dat laatste is slechts een kwestie van tijd. 1: tussen 18.00 en 24.00 word ik pas goed wakker. De ochtendstond daarentegen geeft een vieze smaak in de mond, die pas verdwijnt na koffie en tandenpoetsen 2: De bezigheden van de avond (lezen, filmpje kijken, babbeltje met glaasje wijn, schrijven, haardvuur aan of 's zomers de zon zien ondergaan) lokken mij veel meer dan die op klaarlichte dag, zijnde: rennen en vliegen. 3: heerlijk toch? 4: daar hebben we het later nog wel over 5: Ha! Raad eens waar ik woon en waar ik naar kijk terwijl ik dit schrijf? 6:Vastenavond! Kerstavond! Oudejaarsavond!
Er ontbreekt nog een 7: de avond als derde seizoen in het jaar. Als de lente de jeugd is, de zomer de volwassenheid en de winter de dood, de jeugd de ochtend, de volwassenheid de middag, de dood de nacht, de ochtend het oosten, de middag het zuiden, de nacht het noorden, dan is de avond naar analogie niet alleen de rijpere leeftijd en het westen, maar ook de herfst: het trivium van de zevende, de achtste en de negende maand. Laat ik nu net op de vooravond van dàt westen geboren zijn!
En ik, het herfstekind, ben in mijn zomer.
BeantwoordenVerwijderenOp het randje van de lente nog, toch?
BeantwoordenVerwijderenNet.
BeantwoordenVerwijderen